Op 26 januari 2018 is de werkgroep Duurzame Energie van start gegaan onder voorzitterschap van Bertjan Boom.

Vrijwel iedere ondernemer heeft te maken met wet- en regelgeving op het gebied milieu en energie. Naast een aantal wettelijk verplichte zaken die een gebouw-eigenaar of gebruiker geacht wordt te doen is er een aantal aanvullende zaken die u als ondernemer kunt regelen. Onderstaand een overzicht van een aantal wettelijke verplichtingen en subsidie mogelijkheden. Het overzicht is een momentopname en aan verandering onderhevig.

De meest belangrijke wettelijke verplichtingen zijn:
1. Energie labels utiliteitsgebouwen
2. Installatiekeuringen verwarming
3. EPBD keuring airconditioning
4. Activiteiten besluit energiebesparing
5. Energie Audit EED

Subsidiemogelijkheden
6. MIA Vamil
7. EIA
8. ISDE
9. SDE+

Duurzaamheid labels
10. BREEAM-NL In Use

WETTELIJKE VERPLICHTINGEN:

Er zijn op dit moment een aantal belangrijke wetten waar een gebouweigenaar of gebruiker aan moet voldoen. Deze wetten staan op uitgebreid beschreven op:
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels-gebouwen

Onderstaand een korte samenvatting;

1. Energie labels utiliteitsgebouwen

Een energielabel laat de energieprestatie van een gebouw zien. Ook maakt het energielabel duidelijk welke energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. De labelklasse voor utiliteitsbouw loopt van A++++ t/m G, dus van weinig naar veel besparingsmogelijkheden.

Energielabel utiliteitsbouw verplicht
Bij verkoop, verhuur of oplevering van utiliteitsgebouwen is sinds 1 januari 2008 een geldig energielabel verplicht. Het geldt voor gebouwen met de volgende functies (dit kan één functie zijn, maar ook een combinatie van meerdere functies):
 Kantoor
 Onderwijs, zoals scholen en universiteiten
 Publieke functies, zoals bibliotheken, stadhuizen, vergadercentra
 Gezondheidszorg, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen
 Horeca en logies, zoals hotels, pensions, cafés, restaurants
 Sport, zoals sporthallen, stadions, zwembaden
 Winkels, zoals supermarkten, warenhuizen, showrooms van garages

Het energielabel is maximaal 10 jaar geldig. De eerste energie labels verlopen dus in 2018.

Maximale boete en handhaving
In de wet is een maximale hoogte voor een bestuurlijke boete opgenomen. Deze boete is voor rechtspersonen € 20.250 en voor natuurlijke personen € 405. De handhaving is in handen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Zij heeft al diverse boetes opgelegd aan eigenaren van utiliteitsgebouwen wegens de verkoop van een gebouw zonder energielabel.

Verplichting energielabel C kantoren in 2023
Verwacht wordt dat ieder kantoor groter dan 100m2 in 2023 minimaal energielabel C moet hebben. Dit betekent een Energie-Index van 1,3 of beter. Naar schatting moeten bij meer dan helft van de kantoren in Nederland maatregelen genomen worden om aan deze aanstaande verplichting te voldoen.

De verplichting vereist een Energie-Index van ≤ 1,3 of beter

1 januari 2023
Voldoet het pand dan niet aan de eisen, dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden. Wel gelden er enkele uitzonderingen, waaronder:
 Kantoor(ruimte) gebruikt als nevenfunctie (<50% gebruiksoppervlak heeft kantoorfunctie)
 Monumenten (Rijk/prov./gem.) *beschermde stads- en dorpsgezichten behoren hier niet toe
 Binnen 2 jaar te slopen/transformeren/onteigenen panden

2. Installatiekeuringen verwarming

De keuring van gasgestookte verwarmingssystemen van 100 kW of groter en niet-gasgestookte verwarmingssystemen van 20 kW of groter is verplicht. Het is in Nederland verplicht om installaties te laten keuren en onderhouden volgens een bepaald onderhouds- en keuringsschema. Tijdens de keuring onderzoekt een gecertificeerd expert in ieder geval het opwekkingsrendement en het opgestelde vermogen ten opzichte van de warmtevraag. De keuringen en het onderhoud moeten worden uitgevoerd door installatiebedrijven die SCIOS-gecertificeerd zijn.

Stichting SCIOS
Stichting SCIOS beheert en ontwikkelt kwaliteitssystemen voor inspectie- en installatiebedrijven. SCIOS-gecertificeerde experts voldoen aan de regels en eisen die zijn vastgelegd in de SCIOS-certificatieregeling en certificatiereglement.

OK CV installateurs
Voor gasgestookte verwarmingsinstallaties van 20 tot 100 kW (waaronder cv-ketels in woningen) is sinds 2015 een kwalificatiesysteem voor installateurs, waarmee zij op vrijwillige basis erkend worden door de Stichting OK CV.

Onderhoud- en servicebeurten
In onderstaand schema kunt u nagaan wanneer uw verwarmingssysteem toe is aan een keuring.

Brandstof Nominaal vermogen Periodieke keuring
(ten minste)
Gas 20 – 100 kW vrijwillige periodieke keuring OK CV
>100 kW eenmaal per 4 jaar
Vast / vloeibaar <20 kW
20-100 kW eenmaal per 4 jaar
>100 kW eenmaal per 2 jaar

3. EPBD Keuring airconditioning.

Sinds 1 december 2013 moeten gebouwbeheerders eens in de 5 jaar hun airconditioningsystemen laten keuren. En dat geldt vanaf een (cumulatief) koelvermogen van meer dan 12 kW. Deze keuringen moeten worden uitgevoerd door een onafhankelijke partij die gebruik maakt van gecertificeerde deskundigen (EPBD-B Inspecteur).

In eerste instantie lijkt het een last, echter het levert de gebouwbeheerder ook belangrijke voordelen op. Als vervolg op de keuringen worden er energiebesparende maatregelen voorgesteld met bijbehorende kostenbesparing voor minder energieverbruik en meer comfort. Ook wordt er gekeken naar de kwaliteit van de installatie(s) en kan de keuring al een eerste opstart zijn naar een duurzame gebouwcertificering als BREEAM In Use, wat het imago van het gebouw verbeterd.

Verplichte keuring
De verplichte keuring van airconditioningsystemen is de Nederlandse invulling van de Europese richtlijn Energieprestatie Gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD).
Deze richtlijn verplicht EU-landen om maatregelen te nemen die de energieprestatie van gebouwen verbeteren. Doel: 20% minder CO2-uitstoot en 20% energiebesparing in 2020.

De kosten van een keuring zijn snel terugverdiend. Bovendien heeft u minder kans op storingen en kunnen de gebruikers veiliger en comfortabeler werken.

Voor een goede EPBD inspectie en rapportage is een gedegen plan van aanpak nodig.
Een en ander heeft betrekking op alle installatiedelen die van invloed zijn op het comfort. Derhalve zijn de installaties, welke voor productie, datakoeling of andere technische koeling uitgesloten.

Volgende zaken worden bekeken en beoordeeld;
 Koudwatermachines
 Ventilatorconvectoren
 Luchtbehandelingskasten
 Regelinstallaties
 Monitoring
 CV installaties
 WKO’s alsmede warmtepompen
 DX Splitsystemen
 VRV / VRF multisplitsystemen
 Andere dan bovengenoemde afgifte systemen.

Klassen van de verschillende airconditioningsystemen
Binnen de EPBD kennen we meerdere klassen, hieronder ziet u een overzicht van de klassen en de datums, waarvoor een en ander gekeurd moet zijn.
Onder bouwjaar wordt verstaan het bouwjaar van de oudste koelinstallatie in het gebouw en niet het bouwjaar van het gebouw zelf. Genoemde capaciteiten zijn de opgetelde koelcapaciteiten van alle comfortinstallaties binnen het gebouw. .

Klasse 1; Gebouwen met airconditioningssystemen van 12 tot 45 kW
Bouwjaar ouder dan 1 december 2003:moeten uiterlijk 31 december 2014 gekeurd zijn.
Bouwjaar vanaf 1 december 2003 tot 1 december 2008: moeten uiterlijk 31 december 2015 gekeurd zijn.

Klasse 2; Gebouwen met airconditioningssystemen van 45 – 270 kW
Bouwjaar ouder dan 1 december 2003: moeten uiterlijk 30 juni 2015 gekeurd zijn.
Bouwjaar vanaf 1 december 2003 tot 1 december 2008: moeten uiterlijk 31 december 2015 gekeurd zijn.

Klasse 3: Gebouwen met airconditioningssystemen > 270 kW
Bouwjaar ouder dan 1 december 2003: moeten uiterlijk 30 juni 2015 gekeurd zijn.
Bouwjaar vanaf 1 december 2003 tot 1 december 2008: moeten uiterlijk 31 december 2015 gekeurd zijn.

4. Activiteitenbesluit Energiebesparing

In het Activiteitenbesluit staat dat bedrijven alle erkende maatregelen moeten nemen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Ter verduidelijking. Voor welke maatregelen de verplichting geldt, zijn daarom per bedrijfstak erkende maatregelen aangewezen. Deze maatregelen staan in de Activiteitenregeling.

Voor de gebouwde omgeving zijn erkende maatregelen aangewezen voor gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen, kantoren, onderwijsinstellingen, sport en recreatie, hotels en restaurants, bedrijfshallen en detailhandel. Deze erkende maatregelen zijn inclusief duurzaam beheer en onderhoud (DBO). Ook het toepassen van een Energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) staat nu als maatregel op deze lijst.

Op Infomil kunt u bekijken welke maatregelen op uw bedrijf van toepassing zijn.

Toezicht van omgevingsdienst
Kan een bedrijf of instelling laten zien dat is voldaan aan de regeling omtrent de erkende maatregelen? Dan voldoet de organisatie aan de energiebesparingsverplichting. Vaak begint het bevoegd gezag met een gesprek om bedrijven te stimuleren om maatregelen te nemen. Als stok achter de deur is er de dwangsom.

Energie Prestatie Keuring
Om als bedrijf snel en eenvoudig te zien dat er wordt voldaan aan de wetgeving is het instrument Energie Prestatie Keuring (EPK) ontwikkeld. De EPK helpt bedrijven bij het inzichtelijk maken van (de resultaten van de) energiebesparende maatregelen.

FEM
Om te zien of een bedrijf voldoet aan alle erkende maatregelen, is het Filterinstrument Erkende Maatregelen (FEM) ontwikkeld. Het FEM helpt bedrijven bij het inzichtelijk maken van de maatregelen.

5. Energieaudit EED

De energie-audit is een systematische, vierjaarlijkse aanpak met als doel informatie te verzamelen over het actuele energieverbruik van een onderneming. De energie-audit geeft een gedetailleerd overzicht van alle bestaande energiestromen binnen de onderneming. Verder deelt u een overzicht met daarin de omvang en verdeling naar functies en eventuele omzetting naar andere energiedragers. Het gaat hier onder andere om het energieverbruik van gebouwen of groepen gebouwen, industriële processen of installaties, met inbegrip van vervoer en warmte.

Is mijn onderneming auditplichtig?
Heeft u een onderneming met meer dan 250 fte (inclusief deelnemingen van of in partnerondernemingen en verbonden ondernemingen)? Of heeft de onderneming een jaaromzet van € 50 miljoen of meer ÉN een jaarlijkse balanstotaal van meer dan € 43 miljoen (inclusief deelnemingen van of in partnerondernemingen en verbonden ondernemingen)? Dan is de energie-audit mogelijk op u van toepassing. U kunt dit nagaan via een stappenplan.

Energie-audit uitvoeren en indienen

Een EED energie-audit bestaat uit:
 een schematisch overzicht van alle bestaande energiestromen (inclusief vervoer);
 een beschrijving van de belangrijkste factoren die het energieverbruik beïnvloeden;
 een gekwantificeerd overzicht van het energiebesparingspotentieel van de onderneming voor de komende 4 jaar;
 een beschrijving van mogelijke kosteneffectieve energiebesparingsmaatregelen.


SUBSIDIEMOGELIJKHEDEN:

Onderstaand een overzicht waarin op hoofdlijnen een aantal verschillende subsidie mogelijkheden worden beschreven.

6. MIA – VAMIL

Met deze regeling investeert u als ondernemer fiscaal voordelig in milieuvriendelijke technieken. MIA staat voor Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Vamil voor Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

 Met de MIA profiteert u van een investeringsaftrek die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Dat komt bovenop uw gebruikelijke investeringsaftrek.
 Met de Vamil kunt u 75% van de investeringskosten afschrijven. Dat kan op een door uzelf te bepalen tijdstip en levert een liquiditeit- en rentevoordeel op.

Budget
Het budget voor MIA bedraagt voor 2018 € 99 miljoen. Voor Vamil is in 2018 € 40 miljoen beschikbaar.

Voorwaarden
Het bedrijfsmiddel waarin u investeert staat op de Milieulijst en voldoet aan daarin gestelde eisen. Voor een investering in 2018 geldt de Milieulijst 2018. Op de Milieulijst staan ongeveer 280 investeringen (bedrijfsmiddelen). Ze zijn minder milieubelastend en gaan vaak verder dan wat de wet voorschrijft.
Voorbeelden zijn;
 Heftrucks
 Klimaatinstallatie
 Materiaalgebruik
 Duurzaamheid labels

7. EIA, Energie Investeringsaftrek

Wilt u als bedrijf, vereniging of stichting fiscaal voordeel behalen? Dat kan als u investeert in energiezuinige technieken en duurzame energie met de regeling Energie-investeringsaftrek (EIA). EIA levert u gemiddeld 13,5% voordeel op. Daarnaast zorgen energiezuinige investeringen ook voor een lagere energierekening. Fiscale aftrek krijgt u voor duidelijk omschreven investeringen (specifiek) maar ook voor maatwerkinvesteringen (generiek) die een forse energiebesparing opleveren. U kunt 54,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Dat kan bovenop uw gebruikelijke afschrijving. Deze investeringen staan omschreven als ‘bedrijfsmiddelen’ op de Energielijst 2018.

Budget
Het budget voor 2018 is € 147 miljoen.

Voorwaarden
Als u de EIA wilt aanvragen moet u voldoen aan bepaalde voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde is dat uw energiezuinige investering past onder een code op de energielijst.
Verder moet u zelf de investering doen en gedurende minimaal 5 jaar eigenaar blijven van de investering. Voor maatwerkinvesteringen die een forse energiebesparing opleveren kunt u ook aftrek krijgen. Ze staan niet op de Energielijst, maar moeten wel aan de besparingsnorm voldoen. Voor een investering die u in 2018 heeft gedaan, gebruikt u de Energielijst 2018.

Op de Milieulijst staan veel investeringen (bedrijfsmiddelen). Ze zijn energiebesparend. Voorbeelden zijn;
 Warmtepompen, Koelinstallaties
 Klimaatinstallatie, Ventilatiesystemen
 Isolatie, Transportmiddelen
 Duurzame energie, LED verlichting

8. ISDE

De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) geeft u een tegemoetkoming bij de aankoop van zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pellet kachels. De regeling is voor zowel particulieren als zakelijke gebruikers. De ISDE regeling is o.a. voor:
 zelfstandig ondernemers, woningcorporaties en bedrijven;
 gemeenten, provincies, openbaar lichaam als marktpartij of eigenaar of huurder van een roerende of onroerende zaak.

Budget
Subsidie beschikbaar voor zakelijke gebruikers en particulieren: € 100 miljoen in 2018

Voorwaarden
Voor aanvragers uit de zakelijke markt gelden o.a. de volgende voorwaarden.
 U heeft een geldig KvK-nummer.
 U mag nog geen koopovereenkomst zijn aangegaan wanneer u subsidie aanvraagt.
 U laat het apparaat in Nederland installeren, U bent eigenaar van de investering.
 U mag het apparaat niet binnen een jaar na de datum van de subsidievaststelling verwijderen.
 U neemt het apparaat binnen 12 maanden na de goedkeuring (verlening) van de subsidie in gebruik.
 Per 1 januari 2018 moet de aanvrager een bewijs aanleveren dat de apparaten geïnstalleerd zijn door een deskundige installateur.

Op de RVO site staan de goedgekeurde producten.

9. SDE+

Gaat u hernieuwbare energie produceren? Dan kunt u gebruik maken van de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie. De regeling richt zich op bedrijven en (non-profit) instellingen. Er zijn 6 categorieën: Biomassa, Geothermie, Water, Wind (land, meer en primaire waterkering) en Zon. De SDE+ categorie Wind op Zee heeft haar eigen budget en aanvraagprocedure. Met de SDE+ stimuleert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening in Nederland.

Openstellingsrondes
De SDE+ 2018 heeft twee openstellingsrondes: voorjaar en najaar. De minister maakt het beschikbare budget en de voorwaarden voor de openstelling van de najaarsronde voor de zomer 2018 via een Kamerbrief bekend. Deze brief wordt gepubliceerd onder ‘Kamerbrieven SDE’.

Budget
Het budget voor de SDE+ voorjaarsronde 2018 bedraagt € 6 miljard.
DUURZAAMHEIDSLABELS:

Onderstaand een overzicht van de meest voorkomende labels.

 EPA advies
 Groenverklaring
 BREEAM

EPA Advies
EPA staat voor Energie Prestatie Advies. Een Energie Prestatie Advies is een beoordeling van de energieprestatie van bestaande woningen of gebouwen. De EPA beoordeelt bestaande gebouwen op een vergelijkbare manier als de EPC nieuwbouw beoordeelt. Groot voordeel: het gerealiseerde gebouw wordt geïnventariseerd, niet het ontwerp, zoals de EPC doet. Nadeel is dat de EPA alleen het energiegebruik beoordeelt. De EPA berekent de energie-index van een gebouw. Het resultaat is een energielabel van minimaal G tot maximaal A voor een zéér energiezuinig gebouw. Een kantoorgebouw dat voldoet aan de huidige EPC-eisen zit tussen label A en label A+.

Groenverklaring
Een Groenverklaring is nodig voor het verkrijgen van een zogenaamde groene lening. De overheid zorgt door middel van belastingvoordeel dat groene leningen een lagere rente hebben dan de marktrente. Een Groenverklaring heeft betrekking op duurzaamheid in de breedste zin. Het omvat de naast de categorie duurzame energie bijvoorbeeld ook de categorieën Natuur, Biologische landbouw en Duurzame mobiliteit. Het project dient in Nederland plaatst te vinden, de aanvraag is minimaal 6 maanden voor de start van de werkzaamheden ingediend. Het is aannemelijk dat het project enig eigen rendement oplevert, maar zonder deze regeling zou het project niet doorgaan wegens te groot risico en te laag economisch rendement.

10. BREEAM-NL In Use

BREEAM-NL In-Use is een instrument waarmee de duurzaamheidprestatie van een bestaand gebouw kan worden gemonitord. Er wordt bij de monitoring gelet op drie onderdelen; het gebouw (Asset), het beheer en het gebruik. Deze drie onderdelen worden beoordeeld op negen verschillende duurzaamheidscategorieën: management, gezondheid, energie, transport, water, materialen, afval, landgebruik & ecologie en vervuiling. Doel van BREEAM-NL In-Use is om bestaande gebouwen continu te verbeteren.

BREEAM-NL In-Use voor Portfolio’s
Het is nu ook mogelijk om complete portfolio’s te certificeren met BREEAM-NL In-Use. Deze aanpak stelt u in staat snellere en grotere stappen te zetten richting een duurzame vastgoedportefeuille. Lees meer over de portfolio’s.

Voordelen
 Continu inzicht in duurzaamheidsscore van het gebouw, het beheer en het gebruik
 Zicht op invloed van groot onderhoud of kleine renovaties
 Reductie van operationele kosten door verduurzamen gebouw
 Aantoonbare meer waarde van een duurzaam gebouw
 Mogelijkheid op investeringsaftrek (MIA/VAMIL)
 Verbetering van productiviteit en gezondheid
 Verminderen risico’s (en lagere risico-opslag bij leningen)
 Positieve invloed op aantrekken investeerders en gebruikers
 Goed voor communicatie en imago, onderscheidend vermogen
 Internationaal en nationaal leidend systeem

Na het beoordelen van de drie onderdelen wordt er per onderdeel een score bepaald.